VOORWERP, plaatje beschrijven

VOORZETSELS



sur  = op
sous  = onder
dans = in
devant  =  voor
derrière  =  achter
contre  =  tegen
à gauche de  =  links van
à droite de  = rechts van
en face de  =  tegenover
à côté de  = naast
au-dessus de   = boven
en dessous de / au-dessous de = onder
au milieu de / au centre de  =   in het midden van
à la fin de = aan het eind van
autour de = rondom
près de ... = dicht bij... 
Let op : à gauche du lit /à gauche de la table /à gauche de l’armoire
par terre = op de grond 
c'est penché = het staat scheef 
sens dessus dessous

MATERIAAL




Mon objet est en... = Mijn object is van...
Il est en … =  Hij  is van…
Il est en quoi?=  Waar is hij van gemaakt?
cuir, m  =  leer 
plastique, m =  plastic
bois, m   =  hout
pierre , v   =  steen
metal, m  =  metaal
fer, m  =  ijzer
verre, m   = glas
étoffe, v  / tissu, m  =  stof
laine, v = wol



VORM, KLEUR, ...
grand = groot /petit = klein /lourd  = zwaar / léger, légère (v) = licht /rond  = rond / carré = vierkant /neuf, neuve (v)= nieuw (gekocht) bijv. des chaussures neuves / nouveau, nouvelle  = nieuw (anders) bijv. un nouveau modèle; un nouvel élève / vieux, vieille  = oud / chaud = warm / froid = koud /dur = hard / mou, molle = zacht / fragile = breekbaar / pratique = handig / décoratif = decoratief / élégant = elegant/ cher, chère = duur / bon marché = goedkoop classique = klassiek / moderne = modern / original  / (in)intéressant = (on) interessant / passionnant = boeiend / génial = geweldig  / remarquable = opmerkelijk /sublime = subliem /excellent = excellent / expressif = expressief /à roulettes = met wieltjes / sans fil <fiel> = zonder draad, draadloos / coloré =gekleurd  / bariolé = veelkleurig /Il est de quelle couleur ? = Welke kleur heeft hij ?


        
LIJKT OP / IS VOOR...


Il /Ça ressemble à…  = Het lijkt op…
C´est comme …  =  Het lijkt op…
C´est un genre de...  = Het is een soort…
C´est pour…   = Het is voor…
C´est pour…+ infinitif  > C´est pour transporter des gens.
C´est pour …+ zelfst.n.w.  > C´est pour Noël.
Ça sert à…  = Het dient om te…
Ça sert à…+ infinitif. > Ça sert à couper du papier.




monument beschrijven






WAT IS HET
une église =.... een kerk 
une avenue = een brede weg  
une artère = een verkeersader
une place = een plein
une tour = een toren
un jardin / un parc = een park
une statue = een beeld 
un bâtiment = een gebouw
la capitale = de hoofdstad 
de + le = de
de + les = des
à + le = au
à + les = aux

WAAR
il / elle se trouve = bevindt zich / staat
on découvre = je vindt 
dans le huitième arrondissement = in het 8e arrondissement (wijk) 
sur la place = op het plein
à l'extrémité de = aan het eind van
autour de = rondom
tout près (de...) = dichtbij (+ vermeld waar het dichtbij is)
en plein coeur de =  in het hart van 
situé(e) sur... = gelegen aan...
est entouré de... = wordt omringd door...
d'un côté... de l'autre côté... = aan de ene kant...aan de andere kant...

BESCHRIJVING
onderwerp + IS = ..................EST
ander zinsdeel + IS = ............IL Y A  
il y a = er is / zijn / staan / zitten / liggen / hangen
het is = c'est 
on y trouve = je vindt er 
son nom vient de... = zijn / haar naam komt van... 
attirer = aantrekken
un / une touriste
le monde entier = de hele wereld
le monde = de wereld  
connu / célèbre = bekend
grâce à ... =  dankzij...  
(het bekendst, het grootst, het kleinst > klik hier) 
il / elle a été détruit(e) = ... is verwoest
on a restauré = men heeft gerestaureerd
est 55 mètres de haut / est haut de 55 mètres = is ...hoog
45 mètres de large / large de 45 mètres = ...breed
22 mètres de profondeur = ...diep
est long de 150 mètres  = ...lang
le pont traverse la Seine = de brug ligt over de Seine
il / elle fait partie de = ... maakt deel uit van / behoort tot...
il / elle est le symbole de...= ...is het symbool van...
il / elle est le souvenir de...= ... is een herinnering aan...
on peut y + infinitif = je kunt er  + infinitif 
son architecture est inspirée de... = zijn architectuur lijkt op...
une vue magnifique sur... =  een fantastisch uitzicht over...
Il faut + infinitif = je moet / men moet
il est en pierre / bois / verre / fer = hij is van steen  / hout / glas / ijzer
un habitant = een bewoner 
un visiteur = een bezoeker

GESCHIEDENIS
il / elle a été construit(e)  = ...is gebouwd...
il / elle a été bâti(e) = ...is gebouwd...
la construction = de bouw
durer = duren 
en 1900 = in 1900
de...à... = van...tot...
au XIXe siècle = in de 19e eeuw
il / elle date de = ... dateert van...
depuis = sinds
à la fin de = aan het eind van
par... = door...
à l'initiative de = op initiatief van 
le roi Charles VI = koning Karel de 6e 
il a fait construire = hij heeft laten bouwen 
les architectes sont... = de architecten zijn...
en l'honneur de... = ter ere van...
suite à ...  = ten gevolge van ...
à l'occasion de .. = ter gelegenheid van...
il a été ouvert = het is open gegaan



BEZOEKEN
Il est possible de ... / on peut = je kunt
visiter  = bezoeken
sur réservation = na reservering
découvrir = ontdekken
ainsi = zo / op die manier
obtenir  =  krijgen  (on obtient)
toutes les informations nécessaires = alle nodige informatie
faites connaissance avec = maak kennis met 
Il / elle est ouvert(e) = ... is open
au public = voor publiek
ne...que / seulement = slechts / alleen maar
à l'occasion des journées du patrimoine... = op Open Monumentendag
tous les jours = iedere dag  
toujours = altijd
SCHRIJF DE KLOKTIJDEN VOLUIT  kloktijden, maanden, dagen