SIGNAALWOORDEN

Dit is een uitgebreide lijst. Voor een handzamerlijst (klik hier)


opsomming 
(Tout) d’abord, au début  =  eerst, in het begin
Ensuite, puis, après  = vervolgens, toen
En premier lieu / premièrement  = in de eerste plaats
En deuxième lieu / deuxièmement =  in de tweede plaats
Le lieu  =  de plaats 
De plus / en outre  = bovendien / wat meer is
D’abord, au début =   eerst, in het begin
l'argument essentiel est que... =  de belangrijkste reden is dat


argumenteren 
en d'autres termes...  / autrement dit  =  met andere woorden
pour mieux dire  =  beter gezegd
c'est à dire... =   dat wil zeggen
plus précisément... =  om precies te zijn
ce qui signifie =   wat betekent
Comme chacun sait……. =  Zoals iedereen weet
C’est un fait que…… =  Het is een feit dat
Néanmoins, il semblerait que... =  toch lijkt het erop dat 
Toutefois...=  in ieder geval 
en effet = inderdaad
D'ailleurs = trouwens 
Il faut bien admettre que…..  = We moeten toegeven dat 
nous pouvons noter que / signalons que... = we zien dat
Quant à … (ce problème, ce sujet, ….)  = wat betreft dit probleem / dit onderwerp
A propos de ce problème, ce sujet, ….) =  over dit probleem / over dit onderwerp
Il ne fait aucun doute que...   =  het leidt geen twijfel dat
Il est exact que.... Malgré cela... = het is juist dat, ..Desondanks...
Il apparaît en effet que...= het schijnt inderdaad dat
croyez-vous que = Gelooft u dat
Peu à peu = langzamerhand
Même = zelfs
l'argument essentiel est que... 
= de belangrijkste reden is dat
De même =  op dezelfde wijze
De plus / en outre = bovendien / wat meer is
Ou  = of (rood of blauw)  Let op: si = of (Ik weet niet of...)
en effet  =  inderdaad
Toutefois =  in ieder geval


tegenstelling 
D'un côté..., d'un autre côté...= aan de ene kant...aan de andere kant 
D'une part..., d'autre part...  =  aan de ene kant...aan de andere kant
cependant / en revanche  = echter, toch, daarentegen 
au contraire =  integendeel 
Certes….. mais…… = Zeker…maar
Même si …… = Zelfs als…
Malgré tout…..= Ondanks alles 
Après avoir examiné les avantages de la gratuité des musées, voyons maintenant les inconvénients.= Nadat we de voordelen bekeken hebben, gaan we eens de nadelen bekijken.


conclusie
En conclusion / Enfin / finalement  /En fin de compte / pour finir  / Pour conclure / en somme / en définitive  = uiteindelijk
donc / C'est pourquoi  = dus, daarom
bref = kortom
Ainsi ……. = En zo…
Aussi (begin van de zin)  = Het is dan ook zo dat + inversie
En résumé on pourrait dire……= Concluderend kun je zeggen    
J’aimerais conclure par  =  ik zou willen afsluiten met...
On peut en conclure que …… = Je kunt eruit concluderen dat