SCHOOL


Ik zit op...
 

Je suis élève du Lycée Barlaeus.= Ik ben leerling van.....
Je vais au Lycée Barlaeus. = Ik zit op het..........

C’est un lycée classique. = Het is een gymnasium.
Il va à l´école primaire = Hij zit op de basisschool.
Il va à la maternelle.= Hij zit op de kleuterschool.
Je suis au collège= Ik zit in de onderbouw
Je suis en cinquième= Ik zit in de 1e
Je suis en quatrième.=Ik zit in de 2e klas
Je suis en troisième =Ik zit in de 3e
Je suis au lycée = Ik zit in de bovenbouw HAVO, VWO
Je suis en seconde. =Ik zit in de 4eklas
Je suis en première = Ik zit in de 5eklas
Je suis en terminale.= Ik zit in de 6e klas



vakken




La matière = het vak
ma matière préférée est... = mijn lievelingsvak is... 
je n'aime pas... / je déteste... = ik houd niet van... / heb een hekel aan... 
VOOR DE VAKKEN KOMT LE, LA, LES
le néerlandais= nederlands
le français = frans
l´anglais= engels
l´allemand = duits
le latin = latijn
le grec = grieks
l´histoire =gesch
la géographie= aardrk
la biologie = biologie
les maths = wiskunde
les sciences (physiques) = natuurkunde
la chimie = scheikunde
SVT = sciences de la vie et de la terre = natuur-scheikunde 
les sciences naturelles = natuur-scheikunde 
la musique = muziek
le dessin =tekenen
l´économie = economie
l´informatique = informatica
l´histoire-géo= aardrijkskunde - geschiedeni
l´instruction civique = maatschappijleer
les arts plastiques = handenarbeid
la religion = levensbeschouwing
l´économie sociale et familiale =verzorging
L´EPS <eu-pee-es>  = l'éducation physique et sportive = la gymnastique = gym
le professeur tuteur = le professeur principal = de mentor 

un laboratoire = een practicumlokaal
CDI = centre de documentation et d’information = mediatheek



Ik vind het (niet) leuk, want...


parce que... = omdat...
Ça me détend. = dat ontspant me.
Je suis accro!= ik ben er verslaafd aan!
On s´amuse comme des fous.= ´t Is om je dood te lachen
C´est facile.= Het is makkelijk
C’est difficile. =  Het is moeilijk
C´est intéressant. =  Het is interessant
C´est toujours la même chose = Het is altijd hetzelfde.
C´est ennuyeux =  Het is saai.
C’est une ambiance super != De sfeer is prima !
Le prof est sympa =  de leraar is aardig
Le prof est sévère = de leraar is streng
J´ai de bonnes notes =  ik heb goede cijfers
J´ai de mauvaises notes= ik heb slechte cijfers
on n'a pas de contrôles = we hebben geen toetsen
j'ai du mal à comprendre = ik heb moeite om het te begrijpen
je suis fort(e) en ...= ik ben goed in...
je suis faible en... = ik ben slecht in... 
j'aime l'école pour les copains = ik houd van school vanwege mijn vrienden
je déteste l'école parce que = ik heb een hekel aan school want
nous avons trop de devoirs = we hebben te veel huiswerk



het rooster
L´emploi du temps = het rooster
La récréation =  de pauze
on a un mauvais emploi du temps = we hebben een slecht rooster
l'école commence à... = de school begint om...
l'école finit à... = de school eindigt om...
tôt = vroeg / trop tôt = te vroeg 
je dois me lever = ik moet opstaan
parfois = soms / tous les jours = iedere dag
presque = bijna / presque tous les jours = meestal 
le lundi = op maandag





Transport

 


je vais à l´école... =ik ga naar school
en vélo fiets= met de fiets
en bicyclette=met de fiets
en voiture= met de auto
en autobus=met de bus
en métro =met de metro
en train= met de trein
en vtt = met de mountainbike
en rollers =met skates
en moto= met de motor
en taxi =met de taxi
à pied = te voet
à mobylette =met de brommer




Schoolspullen =  les fournitures scolaires



un sac à dos = rugzak
un livre =boek
un cahier = schrift
une trousse = etui
un crayon =potlood
un stylo = pen
une gomme =gum
un classeur =multomap
un cartable=  schooltas
un sac  = tas
un bloc de papier = schrijfbloc
une règle=  liniaal
un taille-crayon = punteslijper
une paire de ciseaux  =een schaar
une équerre=geodriehoek
un surligneur = een markeerstift
un feutre = een viltstift


profiel / succes / examen / toekomstplannen
Quelle est la filière que tu vas choisir ? = Welk profiel ga je kiezen ?
Je vais choisir la filière / le bac scientitique / littéraire / économique.= Ik ga het profiel / het examen  ...kiezen.
Bac scientifique (bac S) =natuur en techniek / natuur en gezondheid
Bac littéraire (bac L) =kunst en cultuur
Bac économique (bac E) = economie en maatschappij
obligatoire=verplicht
Un agglomérat de français =cluster Frans
Redoubler sa cinquième =blijven zitten in de brugklas
Un élève pénible / un cancre= een lastige leerling
Il apprend difficilement = hij heeft moeite met leren
Travailler dur=hard werken
Passer son examen= examen doen
Rater son examen =zakken
Quitter l´école / terminer ses études = van school gaan / studie beëindigen
ça me dirait d´aller à l´étranger. =Het spreekt me wel aan om naar het buitenland te gaan.
La gestion =  management
faire des études = studeren (aan een universiteit)
étudier = studeren (achter een bureau)
des études (v) = een studie
continuer les études = verder studeren
Je suis en stage =ik loop stage



En classe

Je peux aller aux wc?
J´ai oublié mon cahier.
Je n´ai pas fait mes devoirs.
Je me suis trompée de livre.
Je n´ai pas pu faire mes devoirs. J´ai été malade.
Commençons
Prenez vos livres
Où est le registre des absences ?
Où en étions-nous restés ?
Qu´est-ce que nous avons traité en dernier ?
Commencons à la page 13 en haut à droite.
Lisez le texte à haute voix.
Devoirs pour la prochaine fois : apprendre le chapitre 13 
Vous aurez une interrogation écrite.
Faire la leçon 13.6
écrire au stylo = schrijven met een pen
étudier les maths = wiskunde leren
faire des etudes de maths = wiskunde studeren (aan universiteit)
renvoyer = wegsturen
(re)copier = overschrijven
une copie / une feuille = een blaadje
c'est une question d'entraînement = een is een kwestie van oefenen 
Les devoirs = huiswerk
La rédaction =opstel
la composition =opstel/proefwerk
un exposé= spreekbeurt
un exercice = oefening
un problème=som, opgave
le consigne = de opdracht
une interro (interrogation)  = overhoring
une expérience= een proef

na school / pauze
Une boum de classe = een klasse-avond
J´ai des devoirs à faire. = ik moet huiswerk maken
Je passe chez un copain / une copine. = Ik ga even bij een vriendin langs.
J´emporte mes sandwiches = Ik neem brood mee.


verlan


C'est vachement bien. = Dat is gaaf.
le bahut = de school


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
het Franse schoolsysteem

Vanaf 6 jaar zitten de kinderen 5 jaar op de lagere school.  Van de CP, naar CE1, CE2, naar CM1 en CM2.

Na dit jaar volgt de 'Collège', waar de kinderen - zonder splitsing van niveau - tot hun 14e jaar de eerste helft van de middelbare school doorlopen.


Pas vanaf 15 jaar komt er een eerste echte selectie tussen lycée professionnel (beroepsonderwijs) en lycée général (vergelijkbaar met het Nederlandse VWO). De officiële versie wil dat beide opleidingen naar ‘le baccalauréat (bac)’ leiden, waarmee je naar het hoger onderwijs kunt. Maar iemand met een ‘bac pro’ ( professionnel) heeft nauwelijks een kans te slagen in het Hoger Beroepsonderwijs (BTS, IUT bijvoorbeeld).


Maar waarom willen die goede VWO-leerlingen dan niet naar de Universiteit, zoals in Nederland? Omdat de Universiteit niet zo’n goede naam heeft op het gebied van slagingskansen op de arbeidsmarkt. Wie echt een goede baan wil hebben, zorgt dat hij op een Grande École terecht komt die zich kenmerkt door zeer zware toelatingsexamens (concours). Dat is voor velen een brug te ver en dan zijn, in een land waar de jeugdwerkloosheid al jaren rond de 25 % ligt; de Hogere Beroepsopleidingen een goede tweede keus.

Wat meteen vanaf de eerste dag op een Franse school opvalt is dat in Frankrijk het onderwijs leerstofgericht is en in Nederland veel meer kindgericht. De Franse ouders zeggen ‘travaille bien’ als ze hun kinderen achterlaten op het schoolplein, daar waar we in Nederland, ‘veel plezier’ zeggen. Franse kinderen krijgen vanaf 6 jaar elke dag huiswerk mee. 38 % van de kinderen blijft wel eens zitten en dat is drie keer zo veel als in de rest van West-Europa. Niet verwonderlijk dus dat ook in Frankrijk wel eens de vraag gesteld wordt of het schoolsysteem niet een beetje  doorgeschoten is. De krant ‘Le Monde’ heeft onlangs een hele pagina geweid aan de vraag ‘L’école française a-t-elle tué le plaisir d’apprendre?’

Maar het Franse onderwijssysteem bevat ook heel mooie elementen. Veel van een kind eisen, kun je ook zien als een kind serieus nemen. Franse kinderen leren al heel jong prachtige gedichten uit hun hoofd, de liedjes hebben vaak zeer verfijnde klassieke melodieën en ze doen heel veel algemene ontwikkeling op (wie is nog nooit zo’n groep kleine Franse scholieren tegengekomen dat in een museum op hoog niveau uitleg krijgt over de aanwezige kunstobjecten). Later op de Middelbare school, leren ze hun gedachten vorm te geven, te verwoorden en te ordenen omdat veel toetsen in essayvorm (‘dissertation’) worden afgenomen. 


Op het gebied van de algemene vorming, leren Franse kinderen tegen een stootje te kunnen, daar waar een behoorlijke groep Nederlandse kinderen steeds moeilijker met tegenslagen lijkt om te kunnen gaan (na jaren van louter positieve feedback vanuit thuis en de school). Bij Franse kinderen wordt meer afgedwongen respectvol met hun omgeving om te gaan (ze kunnen bijvoorbeeld gerust 10 minuten met z’n honderden geruisloos in een voorzaal van een theater wachten tot de deuren open gaan). En tot slot, wie de Nederlandse schoolcultuur goed kent, weet dat de gemiddelde Nederlandse leerling van Delfzijl tot Amsterdam Zuid-Oost ongestraft veel lestijd kan doorbrengen met oeverloos kletsen. Dit fenomeen kom je in Frankrijk alleen in de moeilijkere wijken met moe gestreden docenten tegen. 


http://wwbourgogne.com/wonen-en-leven/onderwijs-en-leren-in-de-bourgogne

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vergelijking tussen het Nederlandse en Franse schoolsysteem:

Nederlands Frans Leeftijd
École maternelle petite section 3/4
Groep 1 Basisschool Ecole maternelle moyenne section 4/5
Groep 2 Basisschool Ecole maternelle grande section 5/6
Groep 3 Basisschool Ecole primaire, Cours Primaire (CP) 6/7
Groep 4 Basisschool Ecole primaire, Cours Elémentaire 1 (CE1) 7/8
Groep 5 Basisschool Ecole primaire, Cours Elémentaire 2 (CE2) 8/9
Groep 6 Basisschool Ecole primaire, Cours Moyen 1 (CM1) 9/10
Groep 7 Basisschool Ecole primaire, Cours Moyen 2 (CM2) 10/11
Groep 8 Basisschool Collège, sixième (6) 11/12
Brugklas Middelbare School Collège, cinquième (5) 12/13
2e klas Middelbare School Collège, quatrième (4) 13/14
3e klas Middelbare School Collège, troisième (3) 14/15
4e klas Middelbare School Lycée, deuxième (2) 15/16
5e klas Middelbare School Lycée, primaire (1) 16/17
6e klas Middelbare School Lycée, Bac(Baccalauréat) 17/18

http://neerlandia.fr/index.php/nl/voor-kinderen/scholen
 
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------